Openbaarheid van bestuur

De Wet openbaarheid van bestuur (Wob) regelt de toegang tot informatie over het bestuur van rijk, provincies en gemeenten. Door deze informatie kunt u als inwoner meer inzicht krijgen in het overheidshandelen. Zo kunt u beter deelnemen aan de democratie en de overheidsbesluitvorming. Het uitgangspunt is dat informatie van de overheid voor iedereen openbaar is. Dit geldt niet als één van de uitzonderingsgronden van de Wet openbaarheid van bestuur van toepassing is. Deze uitzonderingsgronden staan in de artikelen 10 en 11 van de Wob.

Actieve en passieve openbaarheid

De Wob onderscheidt actieve en passieve openbaarheid van bestuur. In het eerste geval geeft de overheid zelf informatie over beleid en uitvoering. Bijvoorbeeld via internet, brochures of mededelingen in de Staatscourant. In het tweede geval kan iedereen een verzoek doen om bepaalde overheidsinformatie openbaar te maken. Het gaat dan om documenten die bij de overheid aanwezig zijn. Dit laatste heet ook wel het Wob-verzoek.

Uitzonderingen

De gemeente mag in bepaalde gevallen de informatie niet openbaar verklaren, of niet openbaar maken. Soms moet de gemeente andere belangen afwegen tegen het belang van het openbaar maken van de gevraagde informatie.

Meer informatie daarover leest u hier: Wet openbaarheid van bestuur - uitzonderingen en beperkingen.

Hoe kan ik een beroep doen op de Wob?

Wilt u verzoek om informatie indienen? Stuur dan een brief (voorzien van uw handtekening of van uw gemachtigde) naar het college van B&W, Postbus 93, 8050 AB Hattem. Vermeld in de brief over welke bestuurlijke aangelegenheid u informatie wilt hebben. Bij voorkeur noemt u het document dat u wilt ontvangen. Als het verzoek concreet en duidelijk is, kan de gemeente sneller en beter een besluit nemen op uw Wob-verzoek..

Wat gebeurt er na het indienen?

U krijgt antwoord binnen 4 weken. Dat is wettelijk verplicht. Het kan zijn dat wij u gemotiveerd om 4 weken uitstel vragen. U krijgt vervolgens een besluit op uw aanvraag. Tegen dit besluit kunt u bezwaar maken. U hebt 6 weken om een bezwaarschrift in te dienen bij het college. Daarin moeten de redenen staan waarom u bezwaar maakt. Wijst de gemeente uw verzoek dan weer af, dan kunt u binnen zes weken een beroepsprocedure starten bij de rechtbank in Arnhem. Om dat te doen, dient u een gemotiveerd beroepschrift in bij de sector bestuursrecht van de rechtbank. Voeg hierbij ook het bestreden besluit van de gemeente bij.

De beroepsprocedure leidt tot een zitting van de rechtbank. De rechter komt uiteindelijk met een positieve of een negatieve uitspraak. Bent u het ook met deze uitspraak niet eens? Dan kunt u in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, gevestigd in Den Haag.

Meer informatie over de beroepsprocedure vindt op www.rechtspraak.nl en www.raadvanstate.nl