Column

Elke maand schrijft de burgemeester of één van de wethouders een column. Deze maand is het de beurt aan wethouder Carla Broekhuis-Bonte

Herdenken en Vieren 

Het is 6 mei nu ik dit schrijf, mijn beurt om een bijdrage te leveren voor een column. Twee dagen na de Nationale herdenking van alle oorlogsslachtoffers en een dag na het vieren van de vrijheid. Ik weet niet precies waarom en hoe het komt maar dit jaar raakten deze gebeurtenissen mij meer en anders dan andere jaren. Het heeft vast te maken met de tijd waarin we leven met elkaar, een tijd met nog altijd beperkingen voor ons doen en handelen. Ook hoe we samen dit jaar vorm hebben gegeven aan het herdenken en vieren in Hattem. Maar het komt zeker door wat er op 4 mei werd gezegd tijdens de Nationale herdenking op de Dam, daar kom ik straks op terug. 

Ik ben opgevoed met het besef dat je op 4 mei twee minuten stil moet zijn. Uit respect voor alle oorlogsslachtoffers. Dat had en heeft alles te maken met het feit dat mijn ouders beiden de oorlog hebben meegemaakt. Daarover ook met enige regelmaat vertelden aan mij en mijn zussen en later ook de kleinkinderen. Vooral mijn pa las en bekeek alles wat over de Tweede Wereldoorlog werd geschreven en/of gefilmd. Mijn moeder vertelt nu nog met enige regelmaat hoe het er in Hattem aan toe ging in oorlogstijd. Die persoonlijke verhalen van mensen maken indruk en moeten we zeker blijven vertellen, altijd en overal. 

Het thema gekozen voor 2021 door het 4 en 5 mei comité is “na 75 jaar vrijheid”. In deze 75 jaar heeft vrij zijn extra betekenis gekregen, ook voor mij. Vrijheid gaat vandaag en in de toekomst ook over vrij zijn om te zijn en worden wie jij wilt, vrij zijn om jouw mening kenbaar te maken, vrij zijn om te geloven wat jij wilt, vrij zijn om te gaan en staan waar jij wilt. Vrijheden die iedere keer bevochten en bewaakt moeten worden. Daar hebben we allemaal een bijdrage aan te leveren. Iedere dag.

Het klinkt voor sommigen van u die dit lezen misschien wat belerend, maar dat is absoluut niet mijn bedoeling. Het is bijvoorbeeld nog niet zo heel lang dat we in Hattem de regenboogvlag uithangen, om maar eens iets te noemen. We vlaggen dan vanaf het stadhuis en de toren van de Andreaskerk. Waarom duurde dat relatief lang? Niet omdat het merendeel van de Hattemers daar principieel iets op tegen heeft of had, maar het werd door sommigen als overbodig, niet nodig geacht. Waarom nu juist dit voorbeeld? Dat heeft alles te maken met de woorden uitgesproken op de Dam door André van Duin. Hij verwees in zijn toespraak naar het Homomonument op de Westermarkt in Amsterdam, de plek waar hij op 4 mei altijd herdenkt. Ik citeer: Drie grote roze driehoeken op de grond, vormen het symbool van discriminatie en vernedering. Het feit dat wij in Nederland sinds 1987, als eersten in de wereld, zo’n monument hebben tekent onze vrijheid. Einde citaat.

Wat mij ook raakte en wat ik zeker wil noemen, zijn de woorden van Amara van der Elst. Ik citeer: Waar Indo en Nederlander in een lichaam samen komen, wie is dan de sterkste vechter in de kooi? Ik leerde half en half maken heel mooi. Niet wie harder schreeuwt, maar stiller denkt. Niet wie harder schreeuwt maar stil herdenkt. Einde citaat.

Twee bijdrages die aantonen dat ook nu in deze tijd discriminatie, vernedering en daarmee beperking van vrijheden altijd op de loer liggen. Vrijheden die we moeten bewaken en blijven verdedigen in onze democratie. Ik ben, met de woorden van André van Duin, blij dat ik in vrijheid kan leven en apetrots, dat ik in Nederland woon. Dat ik in Hattem woon, waar we er samen (college, gemeenteraad en inwoners) iets moois van proberen te maken. Dat gaat soms met vallen, maar daarna ook altijd weer opstaan, niet alles lukt even goed of gaat naar ieders tevredenheid. Soms zijn we (ook ik) boos, teleurgesteld en verdrietig. Maar daarna kijk ik altijd naar wat wel lukt en de moeite waard is om voor te blijven “strijden”. Niet in mijn eigen belang maar het belang van ons allemaal.

Hartelijke groet, Carla Broekhuis